Concrete stappen richting sluiting van meerdere overwegen op spoorlijn Kortrijk–Brugge.
- 2 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Langs spoorlijn 66 tussen Kortrijk en Brugge worden concrete stappen gezet om verschillende overwegen op termijn te sluiten. Dit kadert in het bredere veiligheids- en mobiliteitsbeleid van Infrabel en de federale overheid, met als doel het aantal gelijkgrondse kruisingen tussen spoor en weg geleidelijk te verminderen. Concreet gaat het om 4 overwegen die over een periode van 3 tot 5 jaar zouden sluiten. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Volksvertegenwoordiger en Senator Jasper Pillen (Anders.) opvroeg bij de federale minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les engagés).
De sluiting van een overweg is een proces dat meerdere jaren in beslag neemt. Vanaf de start worden de betrokken lokale besturen nauw betrokken. “Evident” stelt West-Vlaams parlementslid Jasper Pillen: “Het is belangrijk om lokaal een mobiliteitsoplossing te vinden voor omwonenden”. Voor alle overwegen die Infrabel binnen een horizon van drie tot vijf jaar wenst te sluiten, zijn de gesprekken met de betrokken gemeenten momenteel lopende. Via een schriftelijke vraag aan de federale minister van Mobiliteit bekwam de Anders.- volksvertegenwoordiger informatie over 4 lopende dossiers.
Gemeenten waar vandaag concrete projecten lopen
In verschillende gemeenten bevinden de plannen zich inmiddels in een concrete uitvoerings- of voorbereidingsfase:
Zedelgem
• Overweg 20 (Kattestraat, Loppem): bouw van een fietstunnel.
• Overwegen 23 (Zeedijkweg) en 26 (Diepstraat): kaderen in het project van de fietssnelweg F32, gecombineerd met de aanleg van een lokale weg en fietstunnel
Roeselare
• Overweg 81 (toegang via Guido Gezellelaan): sluiting voorzien na projectontwikkeling en de realisatie van een alternatieve ontsluiting
Ingelmunster
• Overweg 106 (Heirweg Zuid): sluiting in functie van een alternatieve ontsluiting van het bedrijventerrein
Vlaams Volksvertegenwoordiger Jasper Pillen (Anders.):
“Overwegen blijven risicopunten. Elke stap die de veiligheid van weggebruikers én treinreizigers verhoogt, is in principe een goede zaak. Uiteraard moet dit steeds gebeuren in nauw overleg met de lokale besturen en met respect voor de bereikbaarheid van bewoners en bedrijven. Maar waar veilige alternatieven mogelijk zijn, moeten we die ook effectief realiseren. Het is goed dat Infrabel de gesprekken met de lokale overheden verderzet en dat er concrete resultaten verwacht kunnen worden. Deze spoorlijn moet politiek hoog op de agenda blijven. Ik blijf ijveren voor een kortere reistijd tussen Brugge en Kortrijk.”


